Laatste nieuws
 
Deze site wordt steeds aangevuld met nieuws over de laatste ontwikkelingen.

Blijf de site dus regelmatig bezoeken voor het laatste nieuws!

Laatste Nieuws: De Koning wil niet meer antwoorden nu ik de spijker op zijn kop sla     


De Kern van de Zaak

Waar het in deze zaak om gaat zoals is beschreven op deze website.

De witteboordencriminelen hadden zich aan de wet moeten houden zoals is beschreven in de Wet Effectenhandel n.l. artikel 4 van deze wet kortweg ( WEH art. 4 ) en verder aan het reglement van de Nederlandse Vereniging van Goederentermijnhandel kortweg (NVG) vernoemd in artikel 4  WEH

Als een rechtzoekende aan de rechter vraagt vernoemd  WEH art. 4 plus reglement NVG aan de wet te toetsen,  is de rechter verplicht dat te doen als er aanwijzingen zijn dat de gedaagden (de oplichters) niet aan genoemde WEH art. 4 plus reglement NVG hebben voldaan. Na lange en veelvuldige correspondentie, voor de rechtszaak,  met de oplichters is gebleken dat zij op geen enkel punt aan de verplichting voldaan hebben. Vandaar onze vraag aan de rechter.  Van elk afzonderlijk deel dat is vernoemd  in het artikel en het reglement, is een vraag voorgelegd aan de rechter, zoals het de wet dat verlangt.

De rechter wenste slechts een vraag te onderzoeken. N.L. van het reglement NVG art. 3, lid 3, sub c   betreft het risico-limiet. Alle andere wettelijke bepalingen wilde de rechter beslist niet onderzoeken ondanks ons verzoek.

Dat de rechter de andere punten niet wenste te onderzoeken had een reden. Dit alles vond plaats bij het gerechtshof in Amsterdam. Dus in hoger beroep.

De uitleg van die reden:

In een eerder stadium heb ik aangifte gedaan van oplichting en valsheid in geschrifte. In eerste instantie was de politie heel welwillend om de aangifte op te nemen. Later, nadat er was overlegd, veranderde de houding van de politie. In ene was er niets meer aan de hand, zo werd gezegd. De aangifte werd geseponeerd.

Vervolgens ben ik een z.g. art. 12 procedure, uit het wetboek van Strafvordering, gestart.

Ondanks alle duidelijke aanwijzingen van misdrijven was men tot aan de Hoge Raad der Nederlanden niet bereid de officier van Justitie te verplichten om de oplichters te vervolgen. Men wilde de oplichters beschermen.

Dit is tevens de reden waarom het Gerechtshof in Amsterdam de verdere punten van het wetsartikel niet wenste te onderzoeken. Als men dat wel gedaan had zou duidelijk worden dat de Hoge Raad der Nederlanden zich misdadig heeft gedragen bij de behandeling van de art. 12 procedure (eerder vernoemd).  De Hoge Raad zou dan ontmaskerd worden als medeplichtig aan dit misdrijf, althans het beschermen van de oplichters.

Dat iedere burger eerlijk en gelijk wordt behandeld door de overheid is een illusie. Het staat wel in de grondwet, artikel 1, dat dat zou moeten – een verplichting - . De hoeders van ons recht lappen dat artikel 1 volledig aan hun laars. Vele met mij worden totaal bedrogen door de Rechters  en Officieren van Justitie.

In en in triest dat de Rechtsmacht en het OM zo functioneren maar het zijn wel de feiten en het heeft maatschappelijk enorme gevolgen die niet zijn in te schatten, zo groot.

 

EINDE KERN VAN DE ZAAK

Hieronder is letterlijk weergegeven: WEH art. 4, plus het reglement NVG.


Wet Effecten Handel (WEH)

artikel 4

  1. Van het in artikel 6, eerste lid,  van de wet vervatte verbod  wordt vrijstelling verleend aan natuurlijke personen en rechtspersonen die lid of geassocieerde zijn van de Nederlandse Vereniging voor de Goederentermijnhandel, voor zover het aanbieden van de bemiddeling betrekking heeft op goederentermijncontracten, valutatermijncontracten en financiële termijncontracten alsmede op opties op deze termijncontracten
  2. Aan de vrijstelling als bedoeld in het eerste lid worden de volgende voorschriften verbonden.
    1. bij de bemiddeling dienen de in het eerste lid bedoelde personen de regels in acht te nemen, die zijn vastgelegd in de statuten en reglementen van de Nederlandse Vereniging voor de Goederentermijnhandel;
    2. ter  zake  van de termijncontracten en opties waarin wordt bemiddeld en van de bedrijfsvoering van de bemiddelaar dient, voor zover van toepassing, de volgende informatie beschikbaar te zijn en desgevraagd aan een ieder te worden verstrekt;
      • de naam van de beurs waar de termijncontracten of opties zijn genoteerd, dan wel, indien de termijncontracten of opties niet aan een beurs zijn genoteerd waar en door wie de termijncontracten of opties regelmatig worden verhandeld;
      • de plaats waar koerslijsten inzake de desbetreffende termijncontracten en opties verkrijgbaar zijn;
      • de plaats waar prospectussen en periodieke informatie inzake de desbetreffende termijncontracten en opties en de instellingen die deze termijncontracten of opties hebben uitgegeven verkrijgbaar zijn;
      • de provisies, kosten en  opslagen die voor de bemiddeling in de desbetreffende  termijncontracten en opties in rekening zullen  worden gebracht;
      • De algemene voorwaarden die op overeenkomsten met cliënten van toepassing zijn;
    3. Ingeval  de termijncontracten of opties  waarin wordt bemiddeld zijn opgenomen in de officiële notering aan een beurs, dient de transactie in de desbetreffende termijncontracten of opties te worden uitgevoerd volgens de regels van de beurs waar deze termijncontracten of opties zijn opgenomen in de officiële notering.
    4. Ter zake van iedere  transactie of overige handeling in termijncontracten of opties voor rekening van een cliënt dient binnen vijf werkdagen na uitvoering daarvan aan de cliënt een nota te worden uitgereikt die, voor zover van toepassing, bevat ;
      • de geadresseerde;
      • de aard van de transactie of handeling;
      • de koers waartegen de transactie is uitgevoerd;
      • de valutadatum;
      • de datum, plaats van uitvoering en beurs vanwaar de transactie of handeling is uitgevoerd;
      • de provisies, kosten en opslagen die aan de cliënt voor de bemiddeling in de desbetreffende termijncontracten en opties in rekening worden gebracht. 

Nederlandse Vereniging voor de Goederentermijnhandel

REGLEMENT I

Houdende enige gedragsregels voor leden en geassocieerden.

ALGEMENE GEDRAGSLIJN

Artikel 1

  1. De leden dienen als goed bemiddelaar c.q. adviseur op verantwoorde en betamelijke wijze zaken te doen, zowel in hun verhouding tot andere deelnemers aan die handel als in hun verhouding tot het publiek.
  2. Alle bepalingen en regels van de Vereniging moeten worden beschouwd als nadere uitwerking op bepaalde punten van het in lid 1 bepaalde en in overeenstemming daarmee worden geïnterpreteerd en toegepast, terwijl hetgeen niet uitdrukkelijk in de regels is verboden slechts is geoorloofd indien en voor zover dit in overeenstemming is met het in lid 1 bepaalde en het doel van de Vereniging.
  3. Ieder lid dient erop toe te zien dat allen die -in welke functie dan ook- verbonden zijn aan hun onderneming of aan ondernemingen waarover het lid direct of indirect zeggenschap heeft, de Statuten, Reglementen en Bestuursbesluiten naleven. Niet naleving door de betrokkenen  wordt het lid toegerekend.
  4. Indien het lid geen aan de reglementen voor de handel onderworpen lid is van enige officiële beurs, als bedoeld in artikel 4 lid 3 der Statuten, alwaar hij zaken wenst te (laten) doen, zal hij bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden uitsluitend gebruik maken van aan de reglementen voor de handel onderworpen leden van die beurs.

VERMOGENSSCHEIDING

Artikel 2

  1. Ieder lid is verplicht er voor zorg te dragen dat gelden die hem door een cliënt zijn toevertrouwd en/of door hem voor rekening van die cliënt zijn ontvangen te allen tijde volledig gescheiden worden gehouden van zijn eigen activa en passiva en dat daarover te allen tijde volledig gescheiden van de activa en passiva van andere cliënten verantwoording kan worden gedaan.
  2. Het lid zal deze gelden deponeren bij, respectievelijk doen betalen aan, een instelling die door het Bestuur voor een effectieve vermogensscheiding genoegzaam wordt geacht op basis van een overeenkomst die door  het Bestuur wordt goedgekeurd. Deze overeenkomst dient in ieder geval in te houden dat iedere voorgenomen wijziging of beëindiging daarvan onverwijld door partijen aan het Bestuur en de desbetreffende cliënt(en) wordt gemeld en dat van iedere mutatie in de een cliënt betreffende rekening(en)   terstond door de instelling afschrift aan de cliënt wordt gezonden.
  3. Het in de leden 1 en 2 bepaalde is van overeenkomstige toepassing indien andere activa (zoals termijncontracten of opties) van een cliënt door het lid te eigen name doch voor rekening en risico van die cliënt worden verworven, gehouden of gerealiseerd.
  4. Het in de leden 1, 2 en 3 bepaalde is niet van toepassing op de A-leden als bedoeld in artikel 4 lid 2 sub c  der Statuten die onder toezicht staan van de Security Exchange  Commission (SEC) en/of de Commodities  Future Trading Committee (CFTC) en/of de Securities and Investment  Board (SIB). Deze leden passen de regels van de op hen toeziende instantie(s) inzake de scheiding van hun eigen activa en passiva met die van hun cliënten toe, ook met betrekking tot transacties en cliënten van het bijkantoor, filiaal of vertegenwoordiging met dien verstande dat de rekeningen waarin de gelden van cliënten worden gehouden zich in de Verenigde Staten of in Engeland dienen te bevinden, onverminderd het bepaalde in lid 9.
  5. Indien een lid optreedt als remisier  (introducing broker) voor een buitenlandse commissionair (broker)  -dat wil ten deze zeggen dat hij cliënten of orders van cliënten aanbrengt bij zulk een broker- , zal hij dit slechts doen voor een broker die:
    1. een aan de reglementen voor de handel onderworpen lid is van enige officiële beurs als bedoeld in artikel 4 lid 3 der Statuten en
    2. onder toezicht staat van de Security Exchange Commission (SEC) , Commodities Futures Trading Committee (CFTC), de Securities and Investment Board (SIB) of de Association of Futures Brokers and Dealers (AFBD)
  6. In de rechtsverhoudingen tussen de remisier, de broker en de cliënt moet er tenminste in zijn voorzien dat:
    1. de remisier niet betrokken is bij de geldstroom tussen de broker en de cliënt;
    2. de rekening van de cliënt bij de broker te zijnen name staat en daarin geen posten zullen worden opgenomen dan transacties de cliënt zelve betreffende;
    3. de broker  alle bevestigingen en afrekeningen rechtstreeks doet toekomen aan de cliënt, desgewenst met afschrift aan de remisier.
  7. De hierboven bedoelde overeenkomst(en) en verklaring(en) behoeven evenals latere wijzigingen daarvan de goedkeuring van het Bestuur.
  8. Het Bestuur kan een goedkeuring van overeenkomsten als bovenbedoeld in geval van wijziging daarvan of indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven intrekken of nadere voorwaarden stellen voor continuering van de goedkeuring en een instelling als bedoeld in lid 2 voor het vervolg ongenoegzaam verklaren.
  9. Het bestuur kan, de Raad van Toezicht gehoord, ontheffing verlenen van een of meer voorschriften van dit artikel, mits de verzoeken om ontheffing aantonen dat de financiële bescherming en rechtspositie van de cliënten daardoor niet wordt aangetast. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

CIËNTENOVEREENKOMSTEN

Artikel 3

  1. Alvorens de eerste transactie voor een cliënt te (doen) sluiten, is het lid verplicht:
    1. zich  zo goed als redelijkerwijs mogelijk door de cliënt  op de hoogte te doen stellen van diens financiële situatie en diens wensen met betrekking tot het te voeren beleggingsbeleid, van het resultaat van zijn onderzoek aantekening te houden en dit aan de cliënt schriftelijk te bevestigen.
    2. zich ervan te overtuigen dat alle documenten die tezamen de ‘formulieren voor het openen van een rekening’ vormen gedateerd en rechtsgeldig ondertekend in zijn bezit zijn (voor introducing brokers eventueel in copie) en dat copieën daarvan in het bezit van cliënt zijn.
       
  2. Bij het accepteren van een opdracht waarbij het lid een beheersvolmacht krijgt bij het te voeren investeringsbeleid, zal het te investeren bedrag tenminste (de tegenwaarde van)   US$  50.000,-- moeten bedragen. Voor de toepassing van dit artikel wordt als beheersvolmacht alleen beschouwd een volmacht waarbij het lid voor een periode van tenminste één maand naar eigen inzicht zowel posities kan innemen als afwikkelen met betrekking tot een tevoren vastgesteld bedrag. Voor incidentele machtiging tot het sluiten van open posities is een enkele schriftelijke verklaring van de cliënt voldoende en vereist.
     
  3. De in lid 1 bedoelde formulieren zijn:
    1. overeenkomst tussen het lid- of indien deze als introducing broker optreedt, de broker- en de cliënt betreffende de tussen hen geldende voorwaarden, met name de in rekening te brengen commissies en andere vergoedingen alsmede de omstandigheden waarin tot liquidatie van cliënts posities kan worden overgegaan en het in Art. 2  lid  6 sub  b en  c  bepaalde;
    2. verklaring van de cliënt waaruit blijkt dat hem de risico’s van de termijnhandel schriftelijk en in het Nederlands zijn uiteengezet.
    3. verklaringen van de cliënt m.b.t. het voor hem  acceptabele verlies als bedoeld in Art. 7 (risico-limiet);
    4. beheersvolmacht indien van toepassing, met vermelding van de uiterlijke geldigheidsduur en bepaling dat de volmacht te allen tijde kan worden ingetrokken;
    5. aanwijzingen voor de cliënt m.b.t. het betalingsverkeer waaruit blijkt van een genoegzame vermogensscheiding als bedoeld in Art. 2;
    6. indien van toepassing overeenkomst tussen het lid dat als introducing broker optreedt en de cliënt, tenminste inhoudend de hoofdverplichtingen van het lid en een verwijzing naar de belangrijkste voor de cliënt van interesse zijnde regels van de N.V.G.;
  4. Alle in dit artikel genoemde documenten dienen te zijn opgesteld overeenkomstig modellen ontworpen door de Vereniging. Bij gebreke van zulke modellen of indien een lid daarvan wenst af te wijken behoeven de documenten de goedkeuring van het bestuur, de Raad van Toezicht gehoord.
  5. Alle  in dit artikel genoemde documenten dienen te zijn opgesteld overeenkomstig modellen ontworpen door de Vereniging, dan wel door het Bestuur, de Raad van Toezicht gehoord, te zijn goedgekeurd.
  6. Alle in dit artikel genoemde documenten moeten tenminste gedurende 10 jaar na het beëindigen van de relatie met de cliënt worden bewaard. Zij moeten steeds, op eerste verzoek aan de Raad van Toezicht of het Bestuur worden getoond.
  7. Het in Art. 2 lid 7,8 en 9 bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de in dit Art. 3 genoemde stukken.
     

BEVESTIGINGEN
 
Artikel 4

 

  1. Elk lid dient te allen tijde alle transacties schriftelijk en uiterlijk op de eerstvolgende werkdag aan zijn cliënt te bevestigen onder opgave van volledige gegevens, waaronder: datum, soort transactie, (koop of verkoop) hoeveelheid, omschrijving van de goederen of waarden, prijs en leveringstijd, vermelding van de beurs of markt en de in rekening gebrachte commissie.
  2. Afschrift van deze bevestiging dient door het lid gedurende 10 jaar na het afsluiten van de transactie bewaard te worden, tezamen met de desbetreffende bevestiging van de commissionair welke de transactie heeft uitgevoerd.
  3. Aan het einde van iedere kalendermaand dient het lid de cliënt opgave te doen van diens geldsaldo, open posities, de in- respectievelijke verkoopwaarde daarvan, de koers per de dag der opgave en de winst respectievelijk het verlies uit die gegevens voortvloeiend bij afwikkeling tegen die koers.
  4. Indien het lid optreedt als remisier (introducing broker)  dient hij  erop toe te  zien  dat de broker de hierboven bedoelde opgaven en bevestigingen tijdig aan de cliënt doet toekomen; desnoods dient hij deze gegevens zelve zo nauwkeurig en spoedig mogelijk te verstrekken.
  5. De leden dienen te allen tijde solvabel te zijn en voorts te allen tijde een eigen c.q. aansprakelijk vermogen te hebben van een door het Bestuur vast te stellen bedrag, doch tenminste bedragende   f 40.000,--


VERMOGEN
 
Artikel 5

  1. De leden dienen te allen tijde solvabel te zijn en voorts te allen tijde een eigen c.q. aansprakelijk vermogen te hebben van een door het Bestuur vast te stellen bedrag, doch tenminste bedragende  f  40.000,--
  2. Het is een geassocieerde niet toegestaan zaken op eigen naam voor rekening van derden of voor eigen rekening te doen of te laten doen, wat het laatste betreft met uitzondering van transacties ter beperking van bedrijfsrisico’s als door het Bestuur goedgekeurd.
  3. Overeenkomsten waarbij de cliënt wordt gegarandeerd dat zijn verlies tot een bepaald bedrag is beperkt zijn alleen toegestaan indien;
    1. de garantie  niet meebrengt dat aan de cliënt enig bedrag in enige vorm zal worden uitgekeerd en
    2. het bedrag waartoe het verlies is beperkt te voren inclusief commissies en kosten is overeengekomen en dit bedrag uitdrukkelijk op de orderbevestiging wordt vermeld.


FIRST-IN/FIRST-OUT
 
Artikel 6

 

  1. In iedere open positie wordt het oudste contract gesloten door de eerstvolgende tegengestelde transactie in de betreffende waarde en de winst respectievelijk het verlies daaruit wordt verwerkt in een direct met de bevestiging van de tegentransactie aan de cliënt te zenden saldo-biljet.
  2. Het in lid 1 bepaalde is niet van toepassing indien de cliënt uitdrukkelijke schriftelijke instructie heeft gegeven betreffende positie open te laten. Het bewijs dat zulk een instructie is gegeven rust op het lid.
  3. Een in algemene termen  gegeven instructie als bedoeld in lid 2, kan slechts worden aanvaard van een cliënt die tot de categorie professionele beleggers behoort.
  4. Indien het lid optreedt als remisier (introducing broker) zal hij zijn opdrachten aan de broker overeenkomstig het in dit artikel bepaalde geven.


LIMIET
 
Artikel 7

 

  1. Het lid zal steeds en in de gevallen, nader door het Bestuur te bepalen, in het bezit moeten zijn van een ondertekende verklaring van de cliënt vermeldend
    1. het bedrag waartoe deze zijn verlies, inclusief commissies en kosten en steeds rekening houdend met de waarde der open posities, wenst te beperken (de risico-limiet) en verder inhoudend
    2. dat indien het gehele bedrag van de risico-limiet verloren zou gaan de cliënt  niet in ernstige financiële moeilijkheden zou komen
    3. dat de cliënt ermee bekend is dat in bepaalde omstandigheden het  moeilijk of niet mogelijk kan zijn cliënts posities te liquideren zodat dan een verlies kan ontstaan dat de risico-limiet te boven gaat
    4. de letterlijke tekst van de leden 2 en 3 van dit artikel
  2. Het lid is verplicht de posities(s) van cliënten onverwijld te (doen) liquideren als de risici-limiet –de koers der open opsities daarbij in aanmerking nemend- wordt bereikt, tenzij voordien de risico-limiet door de cliënt is verhoogd. Als de verhoging van de risico-limiet wordt tevens beschouwd het aansluiten vaststellen van een nieuwe risico-limiet waarin niet het bedrag van eerdere limiet(en) is (zijn) opgenomen.
  3. Alvorens het lid een opgegeven risico-limiet als verhoogd kan beschouwen dient de cliënt een verklaring te hebben afgelegd vermeldend het totaal van de verhoogde of vroegere plus aansluitende risico-limiet(en) het hierboven in lid 1 sub b  bepaalde en zijn bekendheid en accoord met art. 7 leden 2 en 3.  Deze verklaring dient te worden afgelegd bij brief, telegram, telex of telefax, in de laatste drie gevallen slechts indien de verklaring terstond na ontvangst door het lid aan de cliënt schriftelijk wordt bevestigd met vermelding van het totaal van de verhoogde of vroegere plus  aansluitende risico-limiet(en).

COMMISSIES

Artikel 8

  1. De leden verplichten zich geen hogere commissies in rekening te (doen) brengen dan welke gerekend naar objectieve maatstaven en gebruikelijke tarieven in aanmerking genomen een redelijke beloning vormen voor de verleende diensten.
  2. Onder commissie wordt ten deze verstaan alle vergoedingen, hoe ook genaamd, welke in rekening worden gebracht.
  3. De leden dienen er zoveel mogelijk op toe te zien dat er een verantwoorde en betamelijke verhouding bestaat tussen de financiële positie van de cliënt –voor zover bekend-, het ter belegging beschikbaar gestelde bedrag, het aantal alsmede de omvang van het  aantal voor de cliënt uitgevoerde transacties, de in totaal berekende commissies en de resultaten. Waar nodig zullen zij in de begeleiding van de cliënt deze normen de cliënt voorhouden.
  4. Het Bestuur kan, de Raad van Toezicht gehoord, richtlijnen voor de tariféring geven.


PUBLICITEIT

Artikel 9

  1. Onder publiciteit wordt ten deze verstaan iedere uiting in woord, beeld en geschrift, waarmee een lid zichzelve of de bedrijfstak in zijn geheel onder de aandacht van het algemeen publiek of bepaalde personen brengt of laat brengen, teneinde zijn commerciële belangen of de belangen van de bedrijfstak te bevorderen.
  2. Niet toegestaan is:
    1. elke  publiciteit die misleidend, opzichtig of sensationeel is, ofwel van slechte smaak of van meer dan in de reclame gebruikelijke zelfverheffing getuigt en daarvoor  schadelijk kan zijn voor het imago van kwaliteit en betrouwbaarheid van de bedrijfstak;
    2. elke publiciteit die winst, in welke vorm ook, garandeert;
    3. elke publiciteit waarin wel wordt gewezen op de winstkansen welke door termijn- of optiezaken worden geboden zonder tegelijkertijd en op dezelfde duidelijke wijze de mogelijkheden van verlies aan te geven;
    4. elke publiciteit waarin enig lid of geassocieerde in een ongunstig daglicht wordt gesteld., met name met betrekking tot zijn reputatie, de wijze waarop hij zich van zijn taken kwijt, de resultaten waarop hij kan bogen of diens tarieven of overige voorwaarden;
    5. elk gebruik van de naam van andere leden of geassocieerden of andere bedrijfsgenoten met het doel reclame te maken of cliënten te werven, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de betrokkenen.
  3. Toegestaan is:
    1. publiciteit welke, met  inachtneming van het in lid 2 bepaalde, de aandacht vestigt op, met het beheer van in termijn- en/of optietransacties belegde gelden, werkelijk behaalde resultaten, mits:
      1. die resultaten  behaald zijn met het totaal van alle door het lid beheerde middelen;
      2. die middelen gespreid waren belegd, met vermelding van de categorieën waarin was belegd en (globaal) het percentage dat iedere categorie van het belegd vermogen uitmaakt;
      3. het totaal van die middelen gedurende het sub 3  genoemde tijdvak tenminste bedroeg (de tegenwaarde van)  US$   500.000,--;
      4. die resultaten behaald zijn in een doorlopend tijdvak van tenminste een jaar, met de vermelding van de begin- en einddatum;
      5. de vermelde gegevens kunnen worden nagegaan door raadpleging van opgaven, transactiebevestigingen en andere documentatie welke geen twijfel laten aan waarheid van de gedane beweringen.
    2. publiciteit welke, met inachtneming van het in lid 2 bepaalde, de aandacht vestigt op het denkbeeldige resultaat van bepaalde, theoretische modelportefeuilles op het gebied van termijn- en/of optiezaken mits;
      1. de  publiciteit begint met duidelijk aan te geven dat deze betrekking heeft op een theoretisch modelportefeuille waarvan de resultaten a posteriori zijn  berekend;
      2. de theoretische modelportefeuille  duidelijk omschreven en gekwantificeerd is;
      3. de vermelde resultaten betrekking hebben op een doorlopend tijdvak van tenminste drie jaar, met vermelding van de begin- en einddatum;
      4. de bronnen die het mogelijk maakten de resultaten achteraf te berekenen ter beschikking zijn.
  4. Ieder lid dient  desverlangd zijn  publiciteitsmateriaal ter inzage te geven aan het Bestuur of de Raad van Toezicht.
  5. Ieder lid kan zijn publiciteitsmateriaal  aan het Bestuur of de Raad van Toezicht op voorhand ter toetsing voorleggen.


CLIËNTENWERVING

Artikel 10.

  1. De leden dragen er zorg voor dat de (rechts) personen die voor of namens hen zich bezig houden met verkoop, colportage, advisering of beheer van middelen, over voldoende vakbekwaamheid beschikken.
  2. Anders dan ten aanzien van professionele handelaren en professionele  beleggers, is het niet toegestaan cliënten te werven door het herhaaldelijk voeren van telefoongesprekken met, uit enig bestand, willekeurig gekozen personen of door he bezigen van andere colportage- of verkooptechnieken waardoor op een mogelijke cliënt druk wordt uitgeoefend.


SLOTBEPALING

Artikel 11

  1. Het in dit Reglement bepaalde is van  overeenkomstige toepassing op de geassocieerden.
  2. Het in artikel 2 bepaalde is niet van toepassing op B- leden.
  3. Met betrekking tot overeenkomsten met cliënten die zijn tot stand gekomen voor of op de dag van vaststelling van dit gewijzigde Reglement treden de artikelen 3 en 7 in werking zes maanden na die vaststelling.
  4. Voor het overige treedt dit Reglement voor de leden en geassocieerden in werking 14 dagen na vaststelling daarvan door de Algemene Vergadering.

Aldus laatstelijk vastgesteld in de
Algemene Vergadering gehouden op
29 juni 1990
 
 
 


MODEL VERKLARING MET BETREKKING TOT EEN RISICO-LIMIET

De Ondergetekende……………………………………………………………………………………
in aanmerking nemend dat hij een bemiddelingsovereenkomst is aangegaan
met………………………………………………………………………………………………………
lid/geassocieerde van de Nederlandse Vereniging voor de Goederentermijnhandel,
 
Verklaart, als vereist in Art. 7 lid 1 Reglement I van genoemde Vereniging,:
 

  1. Het bedrag waartoe ondergetekende zijn eventuele verliezen, inclusief commissies en kosten en steeds rekening houdend met de waarde der open posities (de risico-limiet) wil beperken beloopt maximaal
    fl……………………………………………………………………………………………..
                (de risico-limiet)
  2. Indien het gehele bedrag van de risico-limiet verloren zou gaan zou ondergetekende daardoor niet in ernstige financiële moeilijkheden geraken.
  3. Het is ondergetekende bekend dat in bepaalde marktomstandigheden het moeilijk of niet mogelijk kan zijn om ondergetekendes positie(s) te liquideren zodat dan een verlies kan ontstaan dat de risico-limiet te boven gaat.
  4. Het is ondergetekende bekend dat leden 2 en 3 van Art. 7 Reglement I van de N.V.G. tevens gelden voor geassocieerden van de Vereniging en luiden:
    • lid 2: “Het lid is verplicht de positie(s) van de cliënt onverwijld te (doen) liquideren als
               de risico-limiet (de slotkoers der open posities daarbij in aanmerking genomen)
               wordt bereikt, tenzij voordien de risico-limiet is verhoogd. “Als verhoging van de
               risico-limiet wordt tevens beschouwd het aansluitend vaststellen van een nieuw
               risico-limiet waarin niet het bedrag van eerdere limiet(en) is (zijn) opgenomen.
    • lid 3: Alvorens het lid een opgegeven risico-limiet als verhoogd kan beschouwen dient
              de cliënt een verklaring te hebben afgelegd vermeldend het totaal van de
              verhoogde of vroegere plus aansluitende risico-limiet(en) het hierboven sub 2
              bepaalde en zijn bekendheid en accoord met art. 7 leden 2 en 3.
              Deze verklaring dient te worden afgelegd bij brief, telegram, telex of telefax, in
              de laatste drie gevallen slechts indien de verklaring terstond na ontvangst door
              het lid aan de cliënt schriftelijk wordt bevestigd met vermelding van het totaal
              van de  verhoogde of vroegere plus aansluitende risico-limiet(en).
  5. Ondergetekende gaat ermee accoord dat de bemiddelaar zal handelen als hem in Art. 7  leden 2 en 3 van Reglement  I  is voorgeschreven.
(Plaats)                           (Datum)                         (Naam cliënt)
 
 
…………………………………………………………………………………………………………………………